Antibiotica in de voedselketen

Prof. dr. Johanna Fink-Gremmels is hoogleraar en hoofd van de afdeling Veterinaire farmacologie, farmacie en toxicologie van de faculteit der Diergeneeskunde in Utrecht.

Fink-Gremmels studeerde af als dierenarts aan de universiteit van Hannover en specialiseerde zich na haar promotie in de veterinaire farmacologie en toxicologie (Diplomate ECVPT). Zij stond van 1986-1991 aan het hoofd van het instituut voor microbiologie en voedseltoxicologie van het huidige instituut voor voedselkwaliteit en consumentenveiligheid in Kulmbach.

Het zijn de dierenartsen die de voedselveiligheid van dierlijke producten bewaken tot aan het winkelschap. Wat zijn nu de gevolgen van de antibiotica in de dierlijke producten voor de mens? Volgens Fink-Gremmels is antibioticaresistentie een natuurlijk mechanisme. In de natuur heb je een wisselwerking tussen schimmels en bacteriën. Dat natuurlijke fenomeen moet je afzetten tegen de veranderingen van de laatste jaren. We hebben in Nederland bij de mens een restrictief antibioticabeleid gehandhaafd. Bij de dier werd echter antibiotica toegevoegd in de voeding om de “dierproductiezekerheid” te verbeteren. We hadden oorspronkelijk tot eind 60 ‘er jaren in Europa goede wetgeving over voerverbeteraars en productiezekerheidsmiddelen. Tot het moment dat een aantal internationale (Amerikaanse; red) farmaceutische bedrijven de Europese mededingingsautoriteit dwongen ook afwijkende middelen toe te laten op de Europese markt. Dat was het kantelpunt dat goede Europese wetgeving begon te verwateren en door de Amerikaanse leveranciers er in de diervoeding groeiverbeteraars werden toegepast op een wijze die niet voldeden aan de oorspronkelijke strenge Europese regels. Sindsdien is ook een toename van het gebruik van de toegevoegde middelen zichtbaar geworden.